inhoudsstoffen


alkaloiden

Deze vormen een gevarieerde groep basisverbindingen met alkalische eigenschappen die over het algemeen een sterke fysiologische werking hebben op het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Het merendeel is giftig of zeer giftig en bitter van smaak. Ze hebben verschillende farmacologische effecten. Ze kunnen b.v. werken als pijnstiller, plaatselijke verover, kalmeringsmiddel,  vaatvernauwer en hallucinogeen middel. Er zijn duizenden alkaloïden bekend. b.v. atropine, cafeïne, codeïne, morfine, strychnine, nicotine. Onduidelijk is nog wat hun functie in de plant behelst. Geïsoleerde alkaloïden hebben een krachtiger werking dan de plant waaraan ze zijn onttrokken. Diverse alkaloïden hiervan, of afgeleiden hiervan, zijn van grote medische waarde in de wetenschap maar omdat ze giftig zijn mogen ze alleen door gekwalificeerd personeel worden toegepast. De volgende soorten zijn rijk aan alkaloïden: nachtschaden, papavers, maagdenpalm, peulen, lievevrouwenbedstro, lelies en narcissen. Ze kunnen verder in diverse onderverdelingen worden ingedeeld.

bitterstoffen

Deze stoffen zijn verschillend van chemische samenstelling. Stuk voor stuk hebben ze zelf een bittere smaak en prikkelen dan allen ook het smaakorgaan waardoor de eetlust en de stroom van maagsap wordt gestimuleerd .(bevordert de spijsvertering). Sommige bittere planten activeren de afscheiding en stroming van gal terwijl weer andere de urineproductie verhogen. Farmacologische bittere verbindingen zijn terpenoide stoffen. Ze kunnen aan azuleen onttrokken worden of ze bestaan uit glucosiden. Ze komen voor in: madeliefje, gentiaan, duizendguldenkruid, gele gentiaan, gezegende distel, en absintalsem. Bitterstoffen worden in de natuurgeneeswijze veel gebruikt in theemengsels die als aperitief worden gedronken.

Enzymen

Net als de vitaminen behoren de enzymen tot de groep van de ergonen, biologisch werkzame stoffen die chemische processen op gang brengen en regelen. Ze worden in de cel gevormd, zijn in alle cellen aanwezig en nemen deel aan alle reacties in het lichaam. Enzymen zijn vaak labiel en temperatuurgevoelig. Hiermee moet men rekening houden bij het verzamelen, drogen en bewaren van geneeskrachtige kruiden


etherische olie

Etherische olie , ook wel vluchtige olie genoemd zijn vloeistoffen in plantencellen. Ze zijn vluchtig (verdampen), oplosbaar in alcohol, en andere organische oplossingen. Ze zijn kleurloos als ze vers zijn, meestal aromatisch en ze laten geen blijvende vlekken achter op papier.Veel van de planten die etherische olie bevatten zijn bekend  om hun aangename geur en worden op grote schaal gekweekt door de voeding- en parfumindustrie. De concentratie aan olie is bij stabiel warm weer het hoogst.Het plantendeel waar de olie in voorkomt kan onbewerkt worden benut b.v in een infuus. ook is het mogelijk de olie uit het verse of gedroogde kruid te halen door destillatie met stoom of water of door extractie met alcohol. Een aantal geïsoleerde componenten van etherische olie heeft belangrijk geneeskrachtige eigenschappen . Menthol b.v. gedestilleerd uit munt en thymol uit tijm. De etherische olie en plantendelen waaruit ze komt moeten luchtdicht op een donkere plaats bewaard worden. Veel planten die deze olie bevatten staan bekend als keukenkruid zoals  basilicum, koriander, dille, venkel, majoraan en tijm.Planten die rijk zijn aan etherische olie en die geneeskracht hebben zijn o.a. madeliefje, muntsoorten, wijnruit, irissen en pijnbomen

Fytonziden

Fytonziden zijn een chemisch heterogene groep inhoudsstoffen. Ze oefenen een remmende werking uit op de groei van micro-organismen die ziekten veroorzaken en zijn daarom de natuurlijke afweer van de plant tegen deze ziekteverwekkers. Wat hun werking betreft lijken ze op de antibiotica die door de lagere planten zoals bacteriën en schimmels geproduceerd worden. Fytonziden worden o.a. aangetroffen in tomaten, uien, knoflook, zeeradijs en citroenen. 

Glycosiden

Glycosiden zijn producten van de secundaire stofwisseling in de planten. Bij de hydrolyse (splitsen door de werking van water, zuren, of enzymen) vallen ze in 2 delen uiteen: het ene bestaat uit suiker (b.v glucose of fructose) en wordt het gluconco0mponenet genoemd, het andere deel bestaat uit niet-suiker (aglucon) genoemd. Glycosiden omvatten enkele zeer heilzame plantaardige stoffen en sommige planten waarin ze voorkomen behoren tot de allergifstige soorten.Plantensoorten die belangrijk zijn voor de geneeskunde en waar glycosiden in voorkomen zijn o.a.: boterbloem, lelies, helmkruid, en maagdenpalm.

Hars

Een stof die vaak geassocieerd wordt met etherische oliën in bomen en struiken , en in het bijzonder  met naaldbomen ,is hars. Sommige harssoorten zijn afgeleiden van fenol (carbolzuur) Ze komen afwel voor als vaste stof  die bij verhitting zacht wordt en smelt of wel oplost in etherische olie als balsem. Net als etherische olie worden ze geproduceerd door speciale cellen en afgescheiden in holten of zoals bij de naaldbomen in buisjes

Koolhydraten

Koolhydraten (sacchariden) vormen een belangrijke groep van plantenstoffen die soms wel 75% van het drooggewicht van de plant kunnen uitmaken. Ze zijn van groot belang voor de voeding van mensen en dieren. Men onderscheidt lagere, in water oplosbare koolhydraten (mono- en disacchariden) en hogere, niet in water oplosbare koolhydraten, die opgebouwd zijn uit lange ketens van monosacchariden. De belangrijkste in water oplosbare koolhydraten zijn glucose, fructose en saccharose. Glucose (druivensuiker of dextrose) komt van deze groep van stoffen het meest voor in de natuur. Ze wordt vn.  gebruikt als zoetstof en als voeding- of versterkingsmiddel. Ze  worden vaak samen in de plant aangetroffen. Saccharose (biet- of rietsuiker) is na glucose de meest algemeen voor- komende suiker van deze groep. Bijen en honing bevat grote hoeveelheden van deze drie suikers. De belangrijkste in water onoplosbare koolhydraten zijn zetmeel, inuline en cellulose. Zetmeel wordt gevormd in de groene delen van de plant. Het is na cellulose de meest voorkomende polysaccharide in de plant. Door zijn hoge calorieën- gehalte is het van groot belang bij de voeding van de mens. Voor therapeutische doeleinden en in de industrie wordt zg. reservezetmeel gebruikt: dit is zetmeel, dat door allerlei planten als reservevoedsel is opgeslagen in zaden, knollen, wortels en bladeren. Aardappels en granen zijn bijzonder rijk aan deze stof. Door middel van hydrolyse (splitsing van chemische verbindingen door water) kan men glucose verkrijgen uit zetmeel. Dit laatste is nl. opgebouwd uil vele glucose-eenheden. lnuline, ook een reservestof, bestaat uit vele fructose-eenheden en kan door middel van hydrolyse weer uiteenvallen in deze bouwstenen. Ze komt in grote hoeveelheden voor in de wortels van cichorei, alant en andere samengesteldbloemigen. Cellulose is de meest voorkomende polysaccharide in de natuur. Ze vormt de celwanden en is een belangrijk bestanddeel van de houtweefsels bij de hogere planten. Katoen, die een grote vormvastheid bezit en daarom geschikt is als verbandwatten, is bijna zuiver cellulose. Deze polysaccharide is opgebouwd uit vele glucose-eenheden Pectine rekent men ook tot de koolhydraten; ze komt vn. voor in vruchtensappen. Onder bepaalde omstandigheden vormt ze een gelei; de levens- middelenindustrie maakt van deze eigenschap graag gebruik. Ook de groep van de slijmen zijn koolhydraten. Deze stoffen komen o.a voor m de bladeren en wortels van heemst en in de kroonbladen van het kaasjeskruid, in lijnzaad, fenegriek en IJslands mos. Slijmen worden toegepast bij aan- doeningen van het slijmvlies van de bovenste ademhalingswegen, omdat ze de aangetaste plek ómhullen 'en deze zo beschermen tegen beschadigingen van mechanische aard en prikkelende stoffen. 

Looistoffen

Looistoffen dienen als bouw-, reserve- en beschermingsstoffen. Ze zijn opgelost in het celvocht van de plant of geconcentreerd in speciale holten met celvocht, de zgn. looistofvacuolen. In zieke of door parasieten aan- m men zeer hoge concentraties van deze stoffen aantreffen. In het plantenrijk komen looistoffen vooral voor in boomschors. Onder invloed van zuurstof uit de lucht worden de looistoffen afgebroken; gedroogde planten die looistoffen bevatten moeten daarom altijd van de lucht afgesloten worden bewaard. Het vat waarin het materiaal wordt op- geslagen moet liefst ook roestvrij zijn, omdat looistoffen zich kunnen verbinden met ijzerzouten waarbij een groene tot zwarte neerslag wordt gevormd. Looistoffen komen o.a. voor in eikenschors, bosbessen, de wortelstok van de tormentil, bladeren van de notenboom, gallen, het kruid van de Agrimonie, andoorn en varkensgras. 

Mineralen

Geneeskruiden bevatten meer of minder minerale stoffen maar ze worden zelden voorgeschreven om mineralen te vervangen die het lichaam heeft verloren.  

calcium

Komt voor in groenten en graanproducten. (melkproducten eieren). Is van belang voor gezond skelet, tanden, hartwerking, bloedstolling en contractie van de spieren . Ze wordt daarom gebruikt bij: hartkloppingen, spierzwakte, spierpijn, vermoeidheid en prikkelbaarheid

chroom

Komt voor in...........(vlees, schaaldieren en kip). Ze is van belang voor vetstofwisseling, regulering bloedsuikerspiegel ,ze verhindert het ontstaan van suikerziekte en het groeiproces. Ze wordt gebruikt bij prikkelbaarheid, depressie, nervositeit en verwarring. Het komt voor in graanolie (kip, mosselen en biergist).Het verdient aanbeveling om een supplement van chroom samen te doen gaan met vezelrijk voedsel omdat vezels , net als chroom bijdragen aan het reguleren van de bloedsuikerspiegel.

fluoride

Dit mineraal zorgt er voor een sterk tandglazuur, waardoor er minder kans op gaatjes is.

fosfor

Komt voor in groenten, graanproducten ( melkproducten). Is van belang voor: botvorming, zenuwstelsel, hart- en nierfunctie. Wordt gebruikt bij slechte botgroei en vermoeidheid     

ijzer             

IJzer zorgt voor het vervoer van zuurstof in het bloed. Belangrijke bronnen zijn: peulvruchten, groene groenten, fruit,granen, kaas, (en vlees)

jodium

Jodium zorgt vooreen goede werking van de schildklier. Belangrijke bronnen zijn:spinazie, (zeedieren en jodiumhoudend keukenzout)

kalk

Voor een goede opbouw van botten en tanden is kalk onmisbaar. Belangrijke bronnen zijn:noten, groenten en fruit (kaas , vis en kip).

koper

Komt voor in groenten noten en druiven (vlees). Ze helpt bij de vorming van hemoglobine, beenderen haar- en huidskleur. Ze wordt gebruikt bij anemie en algehele zwakte

magnesium

Komt voor in graanproducten, groenten en fruit. Ze is van belang bij activering van de enzymen en botvorming. Ze wordt gebruikt bij slechte groei.

mangaan

Komt voor in bananen , zemelen (en eieren). Ze is van belang bij activering enzymen, voortplanting en groei en ademhaling. Bij gebrek hieraan ontstaat een slechte groei

molybdeen

Komt voor in peulvruchten, onbewerkte granen, donkergroene bladgroenten. . Ze is van belang bij de ijzer- en koperstofwisseling, geslachtsfunctie bij mannen. Bij gebrek hieraan ontstaat prikkelbaarheid, onregelmatige hartslag en tandcariës.

natrium

Natrium houdt de hoeveelheid lichaamsvocht op peil, onder andere van belang voor de bloeddruk en de hartwerking. Van nature bevatten de meeste voedingsmiddelen een bepaalde hoeveelheid natrium in de vorm van zout, waaraan het lichaam genoeg heeft. Eigenlijk is het dus niet nodig extra zout aan het eten toe te voegen

selenium

Komt voor in tomaten, uien en paranoten (tonijn, haring). Ze is van belang  als anti-oxidant, gezonde spieren en bloedvaten en ze is preventief bij roos. Gebreks kenmerken: verlies van weerstand, uithoudingsvermogen, spierpijn en staar.

silicium

Ze komt voor in alfafa, appels, pruimen, volkoren producten groenten en fruit. Ze is van belang voor de : haren, nagels huid, botten, kraakbeen, pezen en bindweefsel. Gebrekskenmerken: Uitvallend dun haar, slapeloosheid, broze breekbare nagels, huidklachten, puistjes op het ooglid, droge lippen, zachte en gespleten nagels

vanadium

Komt voor in olijven, noten, peterselie,radijs (schaaldieren). Ze is van belang bij: goede groei van de botten, tanden, kraakbeen , groei rode bloedcellen, en vetstofwisseling. Gebreksymptomen: verstoring van de groei van botten en kraakbeen en tanden, verhoogd cholesterolgehalte.

zink

Komt voor in groenten (lamsvlees, varkensvlees, vis- en schaaldieren en eieren) Ze is van belang bij wondheling, gezonde huid, normale groei, functioneren van de prostaat. Gebrekkenmerken: witte vlekjes op nagels, haarverlies, vermoeidheid, lusteloosheid, acne, verlies van reuk- en smaakvermogen.

organische zuren

Organische zuren spelen een rol bij het handhaven van een gelijke druk binnen en buiten de plantencel. Ze regelen de doorlaatbaarheid van water door de celwand. Organische zuren hebben een zeer verschillende en uiteen- pende werking op het menselijk lichaam. De meest bekende zijn appel-, citroen-, oxaal- en wijnsteenzuur en hun derivaten. Deze stoffen treft men meestal aan in vruchten. '

terpenen

Deze kunnen in verbinding met diverse andere stoffen in een plant voorkomen. Smalle weegbree bevat er met name veel van.

vette olie

Vette oliën van plantaardige oorsprong zijn mengsels van triglyceriden die niet in water maar wel in organische oplosmiddelen oplossen. Ze zijn niet vluchtig, vandaar de naam vaste oliën. Voorbeelden van vette oliën die in de geneeskunde worden toegepast zijn amandelolie, maïsolie, lijnolie, sojaolie en wonderolie. Wonderolie heeft een specifiek zuiverende werking .De oliën worden ook gebruikt in de voedingsmiddelenindustrie en in de cosmetica]

Komt voor in olijven, noten, peterselie,radijs (schaaldieren). Ze is van belang bij: goede groei van de botten, tanden, kraakbeen , groei rode bloedcellen, en vetstofwisseling. Gebreksymptomen: verstoring van de groei van botten en kraakbeen en tanden, verhoogd cholesterolgehalte.

slijmstoffen

Plantaardige slijmstoffen zijn amorfe verbindingen van polysacchariden die in water oplossen en dan een uiterst kleverige lijmachtige stof vormen. In koud water zwellen ze op en vormen ze gelei; in water lossen ze op en vormen dan gelei. In warm water lossen ze op tot lijmoplossingen die bij het afkoelen geleiachtig worden. De meeste slijmstoffen worden gevormd door de plantaardige celwanden. Slijmstoffen zijn therapeutisch bruikbaar omdat ze chemische en mechanische irritatie verminderen. Wanneer ze de ademhalingsorganen of spijsverteringsorganen passeren laten ze een dun beschermend laagje achter op de slijmvliezen. Dit voorkomt dat prikkelende stoffen bij ontstoken plekken kunnen komen. Slijmstoffen worden daarom gebruikt om ontstekingen in de borst, de keel en het darmkanaal te verhelpen. In grote doses werken ze laxerend. In de farmaceutische industrie worden sommige slijmstoffen als emulgatoren toegepast. Voor geneeskrachtige toepassing zijn nuttig: klein hoefblad fenegriek, vlas, IJslandse mos, kaasjeskruid en heemst.

pectine

Deze wordt tot de slijmstoffen gerekend omdat het eveneens uit polysacchariden bestaat en op dezelfde manier gelei vormt. Pectine wordt gebruikt voor de behandeling van diarree en in fruitdiëten. Pectine zit vooral in fruit en in mindere mate in vruchtensap en groentesap. planten die pectine bevatten zin b.v. braam, peen, zwarte bes, en kweepeer.

vitaminen

Er zijn maar weinig planten die zoveel van een vitaminesoort bevatten dat ze bij vitaminetekorten worden voorgeschreven. Toch is elke vitaminerijke plant een uitstekende aanvulling op het voedingpatroon. Wortels, paardebloem en waterkers bevatten veel caroteen(voorstadium van vitamine A). Granen en vooral haver levert vitamine B. Vitamine c zit vooral in vruchten als zwarte bes,  rode paprika en duindoorn.Vitamine D en E zit b.v. inwaterkers en in netels komt vitamine K voor .

Vitaminen behoren tot de ergonen. Ze zijn inhoudsstoffen die niet als energiebron dienen, maar toch in zeer kleine hoeveelheden onmisbaar zijn voor een normale ontwikkeling van de plant. De vitaminen zijn betrekkelijk ingewikkelde, meestal instabiele organische stoffen, die in kleine hoeveel- heden door planten en enkele dieren worden gemaakt. De mens en bijna alle dieren moeten planten eten om aan vitaminen te komen; in bepaalde ge- vallen worden de chemische voorlopers (de zgn. pro-vitaminen) met het voedsel opgenomen. enkele vitaminen ontstaan dan uit de pro-vitaminen in het menselijk lichaam onder invloed van bacteriën in de darm. Het ontbreken van vitaminen in het voedsel van mensen en dieren veroorzaakt ernstige ziekteverschijnselen (gebreksziekten of avitaminosen). Een groot tekort aan vitaminen kan hypovitaminose tot gevolg hebben, hetgeen tot uiting kan komen in een verlaagde weerstand tegen ziekten. Maar ook te veel vitaminen kunnen tot afwijkingen leiden, in dit geval hypervitaminos genoemd. Om een beeld te krijgen van de benodigde hoeveelheden vitaminen: een mens eet gedurende 60 jaar 8000 kg vlees, maar gedurende de- zelfde periode heeft hij slechts 0,2 9 vitamine D nodig. De meeste vitaminen kunnen synthetisch bereid worden. Men onderscheidt vitaminen die in water oplosbaar zijn en vitaminen die in vet kunnen worden gelost.

Wanneer men weinig tijd heeft om een gezonde maaltijd te bereiden lijken vitaminepillen een goed alternatief. Uit studies ( vaktijdschrift New England Journal of Medicin) blijkt echter dat dit niet de juiste oplossing is. Bij onderzoek is gebleken dat ,bij de groep mensen die vitaminepillen neemt in plaats van groenten , er 29% meer kanker voorkomt.

vitamine A (retinol)

Een tekort hieraan kan 'nachtblindheid veroorzaken; dit is het verlies van het vermogen om in de schemering te zien. De weerstand van het lichaam tegen infectieziekten gaat achteruit en wonden genezen slecht en langzaam. Bij een gevarieerd dieet hoeft men niet bang te zijn voor een vitamine-A-tekort, want de gezonde lever kan deze stof maken uit de pro-vitamine caroteen. Rijk aan caroteen zijn: bepaalde groenten (wortels, tomaten, spinazie, kropsla), fruit (sinaasappelen, abrikozen) levertraan, melk, boter en eidooiers. Een volwassen mens heeft per dag ongeveer 2 mg vitamine A nodig, tijdens de zwangerschap meer. Recent wetenschappelijk onderzoek in de VS heeft aangetoond dat het gebruik van vitamine A supplementen het onherroepelijk blind worden bij patiënten met de oogaandoening Retinitis Pigmentosa (RP) kan vertragen. (vitamine E had een negatief effect). Overigens is een overdosis vitamine A tijdens de eerste 2 maand van de zwangerschap een risicoverhogend effect op het syndroom van Down, een waterhoofd, een hazenlip of hartafwijking. Om deze reden is het pas zwangere vrouwen af te raden ook maar een portie lever te eten (hierin zit een verhoogde hoeveelheid vitamine A) 

pro-vitamine A

Van pro-vitamine A of caroteen kan de lever zelf vitamine A maken. Caroteen is afgeleid van carota , het Latijnse woord voor peen. Worteltjes zijn dus echt goed voor de ogen Ook andere gele en (donker)groene groenten, bijvoorbeeld waterkers, peterselie en pompoenen bevatten pro-vitamine A. Ook het gele of oranje vruchtvlees van abrikozen, perziken en meloen bevat dat.

vitamine B-complex

- Het Vitamine B-Complex: hieronder verstaat men een groep van ongeveer twintig vitaminen, die in de natuur vaak samen worden aangetroffen. De ziekteverschijnselen die het gevolg zijn van een tekort aan l vitamine Bl (Ansurine, Thiamine) komen het meest voor. Deze zijn lichamelijke en geestelijke vermoeidheid, het verlies van de eetlust, verstoring van de spijsvertering en depressies. De rijkste bronnen vitamine B1 uit de plantenwereld zijn roggebrood aardappelen, gist, havervlokken, fruit en bijenhoning. Ook dierlijk weefsel kan rijk zijn aan deze vitamine: lever, nieren, hersenen, hart, varkensvlees. Per dag heeft de mens 1 mg nodig. Deze vitamine heeft ook invloed op: de groei en instandhouding van huidweefsel, productie van rode bloedlichaampjes en het optimaal functioneren van de zenuwen.

vitamine B2

Vitamine B2 (Riboflavine) behoort tot de Flavinen. Men treft ze vooral aan in gist, melkproducten , granen , koolsoorten champignons, sojabonen, tarwekiemen en zwarte thee. Een tekort aan deze vitamine veroorzaakt aandoeningen van het slijmvlies. De Belgische onderzoeker en neuroloog Jean Schoenen van de universiteit van luik heeft aangetoond dat hoge doses vitamine B2 migraine voorkomt. 

vitamine B3

Deze komt voor in de volle graankorrels en bonen (biergist, lever, eieren).Ze is werkzaam tegen slapeloosheid, mentale depressies, prikkelbaarheid en slechte eetlust.

vitamine B5

Deze is van belang voor de energievoorziening alsook voor de opbouw en afbraak van vetten en de vorming van bepaalde hormonen Ze komt voor in volle graankorrels en noten (lever, biergist, eieren)

vitamine B6

De vitamines B6 en foliumzuur lijken in staat bij personen met een verhoogd risico de kans op het ontwikkelen van hart- of vaatziekten te verkleinen. Ze helpt bij de vorming van rode bloedcellen en werkt tegen kaalheid, bloedarmoede en vermoeidheid. Ook de kans op aderverkalking blijkt hiermee kleiner.

vitamine B9 (foliumzuur)

Vitamine B9 (foliumzuur)

Foliumzuur blijkt een belangrijke rol te spelen bij de aanmaak van moleculen waarin de erfelijke eigenschappen van onze lichaamscellen worden bewaard. Daarom is foliumzuur onder andere van groot belang bij de zwangerschap. Door voldoende van deze vitamine te nemen wordt namelijk de kans op baby's met een aangeboren afwijking flink verkleind. Ook de kans op een miskraam wordt verkleind.

vitamine B12

Vitamine B12 (Cobolamine) komt niet voor in het plantenrijk. Rauwe lever is hiervan één der belangrijkste bronnen. Daar ze een rol speelt bij de vorming van de rode bloedlichaampjes, wordt vitamine B12 toegediend bij de behandeling van bloedarmoede (pernicieuze anemie). Choline be- hoort ook tot het vitamine B-complex. Ze is een zg. lipotrofe stof, dwz een stof die zich aan vetten of vetachtige verbindingen kan binden. Choline wordt vooral in eierdooiers aangetroffen ;ze is van belang bij de vetstofwisseling. Ze bevordert ook het functioneren van het centrale zenuwstelsel en is betrokken bij de vorming van bloed.Ook blijkt ze te helpen om een postnatale depressie te voorkomen. Zelfs bij de behandeling van depressies van Vietnamveteranen werden er goede resultaten mee bereikt.

Vitamine  C (ascorbinezuur)

 Vitamine C (Ascorbinezuur) is misschien wel de meest bekende van alle vitaminen. Veel zoogdieren kunnen zelf deze vitamine synthetiseren; de mens moet echter het ascorbinezuur uit zijn voedsel opnemen. Per dag heeft hij ca. 75 mg nodig, de grootste hoeveelheid van alle vitaminen. Een tekort aan vitamine C uit zich in vermoeidheidsverschijnselen, een verlies van eetlust, frequente neusbloedingen, bloeden van het tandvlees en een verminderde weerstand tegen infectieziekten. De aanvoer van  de vitamine moet constant plaatsvinden, omdat ze niet kan worden opgeslagen in het lichaam, integendeel, ze wordt steeds met de urine uitgescheiden. Groenten die rijk zijn aan ascorbinezuur zijn bijv. paprika, bloemkool, tomaten, aardappelen. Onder de vruchten zijn rozenbottels, zwarte bessen, citrusvruchten en aardbeien de belangrijkste vitamine C- leveranciers. Door sterke verhitting wordt vitamine C afgebroken 1 hiermee moet men rekening houden bij het koken. Het gehalte van vita mine C in zuurkool en aardappelen neemt relatief  minder af tijdens koken. Omdat vitamine C gemakkelijk oxideert, moet men in stukken  gesneden groenten niet te lang aan de lucht blootstellen. Overigens is gebleken dat mensen met een hoog vitamine-C gehalte in het bloed , de laagste bloeddruk hebben. Verder heeft onderzoek aangetoond dat dagelijkse inname van 300 mg de kans op sterfte door een hartaanval met 41% verlaagd

vitamine D2-5

Van deze groep is vitamine D2 of Calciferol de belangrijkste. Ze bevorderen de opname van calcium en fosfor, regelen het gehalte van deze elementen in het bloed en zijn van groot belang bij de vorming en groei van beenderen en tanden. Daarom zijn ze belangrijk voor kinderen, die in hun eerste twee levensjaren vijf keer zoveel vitamine D nodig hebben als volwassenen. Een gebrek aan vitaminen uit deze groep veroorzaakt  rachitis bij kinderen en ontkalking van de beenderen, waarbij deze week worden en atrofiëren, bij volwassenen. Overdosering, daarentegen, heeft kalkafzettingen aan de wanden van de bloedvaten tot gevolg. De belang- rijkste bron van vitamine D is walvistraan. In ons normale voedsel komen e in zeer geringe hoeveelheden voor. Dit tekort kan men compenseren door bestraling door zonlicht of door de hoogtezon~onder invloed van ultraviolette stralen wordt in de huid vitamine D gemaakt uit pro-vitamine in de vetcellen. De dagelijkse behoefte aan deze vitamine is ongeveer 0,025 mg.

Vitamine E

- Vitamine E of Tocopherol is een groei- en anti-steriliteitsfactor. Gebrekverschijnselen zijn bij mensen niet bekend. Onlangs werd aangetoond dat vitamine E aderverkalking tegengaat Tarwekiemen en tarwekiemolie zijn bijzonder rijk aan deze vitamine. De dagelijkse behoefte van de mens wordt geschat op ongeveer 5 mg. Vitamine E kan in zeer hoge doses bij een groot aantal patiënten met actieve gewrichtsontsteking die ontsteking stoppen en het gebruik van pijnstillende middelen aanmerkelijk verminderen. Vooral voor reumapatiënten die ook aan bv. maagzweren of astma lijden vormt een hoge dosering vitamine E een uitkomst. Prémenstruele klachten blijken door dagelijks 300 mg vitamine B6 succesvol behandelt te kunnen worden.( Universiteit Upsala Zweden). Onderzoek heeft aangetoond dat indien 10 jaar lang elke dag minimaal 400 IE vitamine E wordt gebruikt de kans op een hartaanval met 90% afneemt.

Vitamine F

 
- Vitamine F, de groep van essentiële, meervoudig onverzadigde vetzuren. n voor in plantenoliën, vooral linolzuur. Gebreksziekten zijn bij de mens niet bekend. Men neemt aan, dat vitamine F een rol speelt hij de stofwisseling en bij de genezing van huidaandoeningen. Bij eczeem hebben mensen baat bij 2 x daags 4 capsules met 500mg vitamine F. Bij mensen die hierop niet reageren is wel eens een hogere dosering gegeven waarop men dan alsnog reageerde.

vitamine K

- Vitamine K (Phyllochinon) Gebrek aan vitamine K leidt tot bloedingen en verstoring van de bloed- stolling Bij mensen treden deze  verschijnselen nauwelijks op, omdat de darmflora voldoende vitamine K produceert. Ze wordt vooral aan- getroffen in de groene delen van fruit en groenten. Een volwassen mens heeft per dag ongeveer 0,001 mg nodig. Omdat pasgeboren kinderen  weinig of geen voorraad vitamine K hebben wordt deze in de eerste uren na de bevalling toegediend om ze zo te beschermen bij eventuele bloedingen in de eerste levensmaanden.

vitamine K1

Recent wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat vitamine K1 een belangrijke rol speelt bij botaanmaak. Ze heeft een herstellende werking bij vrouwen met osteoporose.

vitamine P

Oedeem (vochtophoping) kan het leven behoorlijk beïnvloeden. Opgezwollen benen, enkels en armen zijn namelijk niet alleen pijnlijk en ongezond, ze ondermijnen ook het zelfvertrouwen.Deze vitamine P gaat ze echter te lijf. Ze is een van de belangrijkste vochtafdrijvers in de strijd tegen oedeem. Vitamine P komt voor in: witte kool, pruimen, druiven, aubergine, bosbessen, prei, kersen, wortelen,grapefruit, sinaasappelen, gele paprika's, sinaasappels (vooral in de schil hiervan zit 150 x meer in dan in het vruchtvlees)

Vitamine Q (co-enzym Q10 ofwel ubiquinon Q10

Met deze stof kan men energie halen uit de voeding en kan het lichaam goed functioneren Q10 is ontleend aan het Latijnse   'ubigue' dat  "alomtegenwoordig" of overal aanwezig betekent.Het is een noodzakelijk onderdeel van het energieproducerend systeem van iedere cel. De stof is nodig om cellen, weefsels en inwendige organen optimaal te laten fungeren. Q10 komt voor in volkoren producten, noten, sojabonen, groentesoorten, broccoli en spinazie.Een groot deel hiervan dat niet rechtstreeks uit de voeding komt wordt aangemaakt door de lever uit andere voedingsbronnen. Ze blijkt vooral ouderen het idee te geven langer fit te blijven , gezonder  en levenslustiger.

terug naar startpagina terug naar vaktermen