Zetpillen (suppositoria)

zetpil zetpilmak zetpilverpakk
 de zetpillen  maken der pillen  handelsverpakking der zetpillen

Taps toelopend staafje waarin een medicijn is verwerkt
. Een zetpil moet via het poepgat (= anaal) in het laatste gedeelte (= rectum = endeldarm) van de dikke darm (= colon) worden gebracht. In de dikke darm smelt de zetpil. Hierdoor komt de werkzame stof in de darminhoud en wordt dan via de dikke darmwand in het lichaam opgenomen.

Zetpillen worden o.a. toegepast als de werkzame stof in de zure maag-inhoud wordt afgebroken en bij (ernstige) slikproblemen.

Een zetpil (of suppositorium, in de volksmond ook wel gekend als "poepsnoepje") is een vorm van rectaal, dus via de anus, toegediende medicatie. 'Zet' is een verouderd woord voor 'zitvlak' en verwant met 'zitten'.

Indien een patiënt problemen heeft met slikken, niet mee wil werken, misselijk of comateus is, kan de zetpil soms als alternatief voor orale toedieningsvormen(zoals tablet, dragee of of drank) gebruikt worden.

Hoewel een zetpil er eenvoudig uitziet, is het een erg ingewikkelde farmaceutische toedieningsvorm. De basis kan uit een vette of een wateroplosbare stof bestaan en het farmacon kan daar in opgeloste vorm, als suspensie, emulsie of als een combinatie daarvan voorkomen.

Na orale inname wordt een geneesmiddel via diffusie vanuit de darmen in het bloed opgenomen, waarna het via de poortader naar de lever wordt vervoerd. Na passage door de lever bereikt (een deel van) de dosis van het geneesmiddel de grote circulatie. Een deel van de dosis kan hierbij omgezet worden door de lever, en bereikt de grote circulatie dan niet. Dit staat bekend als het First Pass effect. Indien het geneesmiddel via een zetpil is toegediend, wordt de stof ook in de bloedbaan opgenomen. Doordat de bloedafvoer van het rectum echter afwijkt van de rest van de darm, gaat slechts een deel van het opgenomen geneesmiddel naar de lever en bereikt de rest ongehinderd de grote circulatie. Bij diarree is het nutteloos om een zetpil te gebruiken. Door de slechte darmfunctie wordt deze slecht opgenomen en bij kinderen vaak ook weer direct uitgepoept.

De opname van een farmacon na rectale toediening is vaak traag, onvolledig en onvoorspelbaar. Als vuistregel kan men stellen dat men niet meer dan zes zetpillen per dag aan iemand moet geven.

Een zetpil heeft vaak een punt aan een kant. De pil moet met de punt naar achteren worden ingestoken. De peristaltiek van de darm zorgt er dan voor dat de pil verder naar binnen wordt gedrukt.

Bereiding in de apotheek

Zetpillen worden bereid door de basis  (vet dat bij 36-37 °C smelt of polyethyleenglycol) te smelten en hierin het farmacon op te lossen of te suspenderen. Daarna wordt deze gesmolten massa uitgegoten in zetpilvormen. Deze vormen zijn veelal van kunststof, zodat de zetpil erin kan blijven zitten tot gebruik. Vroeger werden ook metalen vormen gebruikt; de zetpillen werden dan los in een pot aan depatient meegegeven. Dat wilde met warm weer nog wel eens leiden tot gesmolten zetpillen of onhygiënische taferelen.

Bij een suspensiezetpil kunnen de farmacondeeltjes uitzakken, zolang de basis nog niet gestold is. Om te voorkomen dat alle farmaca in het puntje terechtkomt (dat zeer waarschijnlijk deels in de strip achter blijft) moet bij een zo laag mogelijke temperatuur gegoten worden. Zodra de zetpil gegoten is, moet deze direct stollen om verder uitzakken te voorkomen. Dit vereist enige handigheid van de apotheek-assistent, ook omdat de massa nog niet mag stollen voordat de zetpil gegoten is.

Om bovenstaande reden zijn oploszetpillen makkelijker te bereiden: het farmacon is opgelost en kan daardoor niet uitzakken. Toch moet dan worden opgepast voor al te hoge temperaturen, die het farmacon kunnen aantasten of de vorm kunnen doen smelten. Niet alle stoffen lossen op in de veel gebruikte vette basis (een mengsel van vetten dat bij lichaamstemperatuur smelt). Daarom worden soms zetpillen van poleyethyleenglycol gegoten. Deze hydrofiele zetpilbasis smelt niet bij lichaamstemperatuur, maar lost op in het beschikbare vocht in het rectum. Doordat deze stof enigszins hygroscopisch (het trekt water aan) is, kan dit enige irritatie veroorzaken. Dit is de reden dat polyethyleenglycolzetpillen slechts weinig worden voorgeschreven.

Bij het afkoelen van de zetpilmassa krimpt deze iets, waardoor er breuken in de zetpil kunnen ontstaan. Bij kundige apotheek-assistenten zal dit niet of nauwelijks voorkomen.

terug naar middelen terug naar start