geneeskruiden    

Thomas van Contimpre 1220

Thomas van Cantimpre, ook wel genoemd Thomas Brabantinus. Hij werd rond 1201 in de buurt van Brussel geboren. In 1232 werd hij dominicaan, en was leerling van o.a Albertus Magnus. Hij stierf in 1271 in Leuven. Zijn natuurwetenschappelijk werk De Naturis Rerum (van de zaken der natuur) stelde hij samen in 15 jaar. Het werk behoorde tot de meest gelezen schoolboeken in de Middeleeuwen (zie verder bij Maerlant)

terug naar overzicht

Thomas van Cantimpré

almag
Thomas van Cantimpré (Sint-Pieters-Leeuw, 1201 - ?, circa 1272), ook bekend als Thomas Cantimpratensis, Thomas Brabantinus of Thomas van Bellenghem, was een middeleeuwse schrijver, predikant en theoloog. Hij was een beroemde telg van de adellijke familie De Monte van Bellenghem (verwijzend naar Bellingen bij Sint-Pieters-Leeuw, vanwaar ook zijn bijnaam van Brabant).

Thomas van Cantimpré studeerde in Luik. Hij werd opgenomen in de augustijner abdij van Cantimpré en werd priester. Later trad hij toe tot de dominicaner orde te Leuven. Hij studeerde in Keulen en Parijs en werd professor te Leuven. Thomas schreef meerdere heiligenlevens, maar is vooral bekend van zijn Liber de natura rerum dat hij schreef tussen ongeveer 1230 en 1245. In deze encyclopedie compileerde Thomas de natuurkundige kennis van zijn tijd, de materie die later zou vallen onder disciplines als de antropologie, zoölogie, botanie, mineralogie, astronomie, astrologie en meteorologie. De bedoeling was om een inleidende tekst over natuurkunde te schrijven voor predikanten en andere geestelijken. De encyclopedie is bekend in twee vormen: een negentiendelige versie uit 1228 en een twintigdelige versie uit 1244.

De boeken van de versie in twintig delen behandelen de volgende onderwerpen:

De in het Latijn geschreven encyclopedie van Thomas werd gebruikt als basis voor latere encyclopedieën. Het boek van Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme, is een bewerking ervan in het Middelnederlands. Het diende ook als basis voor De animalibus van Albert de Grote, De proprietatibus rerum van Bartholomaeus Anglicus en het Speculum naturale van Vincent van Beauvais. De tekst werd ook in het Frans en Duits vertaald. De 'Liber de natura rerum' was het laatste wetenschappelijk werk van Thomas. De Dominicanen waren in deze jaren te Parijs verwikkeld in een strijd rond de rol wetenschappelijke studies. Wellicht verklaart dit mede waarom Thomas de rest van zijn leven besteedde aan zielzorg, naast prediking en studie de andere grote taak van de dominicanen.

Vrijwel de enige bronnen die ons ter beschikking staan zijn zeven werken die aan Thomas van Cantimpré worden toegeschreven. Deze zijn uitgegegeven onder de volgende titels:

1. <Vita Ioannis ),

2. <Supplementum ad Vitam 

3. <Vita beatae Christinae Mirabilis 

4. <Vita preclare Virginis Margarete 

5. <Vita Lutgardis

6. <De natura rerum

7. <Bonum universale de apibus

wordt  onze auteur ThSoms woomas Brabantinus, dan wel Johannes of Willem van Cantimpré genoemd. Voorts wordt een toespeling van Willem van Afflighem in diens vertaalde bewerking van de vita van St. Lutgard op ‘die iacobite bruder Damaes van Bellinghem’ eveneens in verband gebracht met Thomas van Cantimpre.. De onduidelijkheid betreffende deze naam hangt samen met de nederige wens van de auteur om anoniem te blijven, zoals destijds in kloosterkringen gebruikelijk was. Pas aan het einde van zijn leven geeft hij zijn naam prijs: ‘Thomas, zeer onbetekenende dominicanenbroeder te Leuven’. Deze mededeling doet hij in de Vita van Johannes van Cantimpré, met welke Vita Thomas al in ca. 1223 was begonnen, maar welke beschrijving hij pas voltooide omstreeks 1270, kort voor zijn dood. Daardoor werd dit werk, waarmee hij het eerst was begonnen, het laatste van zijn oeuvre. Zijn bijnaam ‘van Cantimpré’ bij de dominicanen is duidelijk afgeleid van zijn voorafgaande verblijf in het regulierenklooster O.L. Vrouw van Cantimpré bij Kamerijk. Wat de naam Johannes betreft, de verwarring met abt Johannes van Cantimpré ligt voor de hand.