geneeskruiden  
 
Isodorus van Sevilla 600
isodorus Isodorus van Sevilla, ook wel genoemd Isodorus Hispalensis. Hij was een Spaanse bisschop en leefde van 560 636. Hij schreef een groot encyclopedisch woordenboek onder de titel Etymologiae . Hierin is een boek gewijd aan de medisch-pharmaceutische botanische termen. Zeer verbreid was dit werk, elke kloosterbliotheek bezat een exemplaar.
Hij werd omstreeks 560 geboren in Cartagena in een voorname familie. Zijn vader heette Severianus, zijn moeder Theodora. Hij verloor zijn ouders op jonge leeftijd, en werd vooral door zijn oudere broer Leander opgevoed.

Cartagena behoorde toen nog tot het Romeinse Rijk, dat in die dagen werd bestuurd door keizer Justinianus I, die de familie uit Cartagena liet verjagen. Ze vestigde zich dan in Sevilla, dat toen een Visigotische stad was.

Het was niet alleen een voorname familie, het was ook een zeer christelijke familie, met niet minder dan vier heiligen binnen één generatie.

Zijn 20-jaar oudere broer Leander van Sevilla was de grote voorganger. Die was bisschop van Sevilla, een post die Isidoor na diens dood zal bekleden. Leander was degene die erin slaagde de Visigotische koning Reccared tot het christendom te bekeren.

Sint Fulgentius van Écija was ook een broer van Isidoor. Hij was de leider van de Spaanse kerk.

De heilige Florentina van Cartagena was zijn zus. Zij werd abdis van het vrouwenklooster in Écija.


Isidoor was een zeer belezen man en ten zeerste toegewijd aan zijn geloof. Hij was een grote tegenstander van de arianen. Hij riep de synode van Toledo bijeen onder zijn voorzitterschap en slaagde erin om het katholicisme tot staatsgodsdienst te laten uitroepen.

In 600 stierf zijn broer Leander en werd hij de nieuwe bisschop van Sevilla. Deze functie zou hij tot aan zijn dood in 636 blijven vervullen.

Isidoor was een van de meest productieve christelijke auteurs van de vroege Middeleeuwen. Zijn werken werden uitgegeven, gekopieerd, druk gelezen en veelvuldig aangehaald in de loop van de volgende eeuwen.

De voornaamste boeken van zijn hand zijn:

Sententiae: een theologisch werk.

De haeresibus: een overzicht van alle ketterijen.

De viris illustribus: over beroemde mannen, in feite een geschiedenis van kerkelijke auteurs.

Historia Gothorum: de geschiedenis van de Visigoten tot 625; het werk begint met een lofzang op Spanje (Laus Spaniae).

Chronica majora: een wereldkroniek vanaf de schepping tot het jaar 615.

Chronica minora: een samenvatting van de Chronica majora.

De natura rerum: over astronomie, kosmografie en meteorologie.

Isidoor was een van de meest geleerde mensen van zijn tijd: hij hield zich bezig met theologie, recht, geschiedenis, geografie, astronomie, wiskunde en grammatica. Hij beheerste het Latijn, het Grieks en het Hebreeuws. Zijn grote kennis komt vooral tot uiting in zijn ‘Etymologiae’, dat in feite een encyclopedie is van al wat in die dagen bekend was. Dit werk bestaat uit 20 boeken en werd uitgegeven door zijn vriend en leerling Braulio van Zaragoza.

Hij zorgde ervoor dat er scholen werden opgericht, dat er bibliotheken kwamen en dat in ieder bisdom minstens één kathedraalschool zou zijn. Hij pleitte er ook voor, met succes, dat het vakkenpakket in de scholen werd uitgebreid met kunstonderwijs, geneeskunde en rechten. 

Hij was streng voor zichzelf en leidde een vroom en zeer sterk door godsdienstige plichten vervuld leven. Hij hield steeds zijn dagelijkse gebedsmomenten in ere en ging geen enkele geestelijke inspanning uit de weg. Tijdens de laatste zes maanden van zijn leven hield hij dat vol, ondanks zijn wankele gezondheid; hij was toen ook al meer dan 80 jaar oud. Toch bleef hij ervoor zorgen dat de armen niets te kort kwamen. Men vertelt dat zijn huis van ‘s morgens tot ‘s avonds bezocht werd door armen uit het hele land. Toen hij zijn einde voelde naderen, vroeg hij aan twee bisschoppen om hem naar de kerk te vergezellen. Daar moesten ze hem kleden in een ruw haren kleed en zijn hoofd met as bestrooien, ten teken van boete en berouw. Hij sprak de menigte toe die in de kerk was verzameld en vroeg hen om al zijn fouten te vergeven. De bisschoppen gaf hij opdracht om datgene wat hij nog bezat aan de armen uit te delen. Dan keerde hij naar huis terug en stierf vier dagen later op 4 april 636.

Hij werd eerst in Sevilla begraven, in de kathedraal, naast zijn broer Leander en zijn zus Florentina. Het lot van zijn gebeente onderging dat van zovele andere grote en heilige mannen: het werd niet met rust gelaten. De reden daarvoor is niet ver te zoeken. Sevilla viel in handen van de Moren zodat de Spanjaarden het graf van een van hun meest vereerde heiligen nog amper konden bezoeken. In 1063 werd het echter door Ferdinand, koning van Castilië en León buitgemaakt en overgebracht naar León, in het noorden van Spanje, waar het bijgezet werd in de basiliek die naar hem genoemd is. Deze kerk ligt op de ‘camino’, de bedevaartsweg die vanuit West-Europa voert naar Santiago de Compostella en de jongste decennia weer heel wat pelgrims naar de stad van de apostel Jakobus voert. De meesten van hen bezoeken ook de crypte van de basiliek San Isidoro in León.

In 1598 werd hij heilig verklaard. In 1722 werd hij tot kerkvader uitgeroepen. Toch wordt hij niet gerekend tot de vier grote westerse kerkvaders (Augustinus, Ambrosius, Hiëronymus en Gregorius). Hij is zowat het vijfde wiel aan de wagen.

Hij werd nog niet zo lang geleden (+/- 1999), omwille van zijn encyclopedische kennis, uitgeroepen tot patroon van het internet en van alle computergebruikers.

Hij kreeg de bijnaam: Leermeester van Spanje. Isidoor is ook de patroon van Spanje.

Aan Isidoor danken we de naam ‘MIS’ voor de eredienst die in de kerk gehouden wordt. Het woord komt van missio, dat zending betekent.

terug naar overzicht