geneeskruiden    
                                                  
Broeder Aloysius 1890
aloysius Broeder Aloysius (Eduard Vrijens), in 1854 ge- boren, was leerling van Kneipp. Als Lid van de congregatied der Broeders van de H. Jozef te Heerlenl schreef hij zijn populair geworden Troost der Zieken waarvan  nog in 1945 een nieuwe druk verscheen (ook daarna nog in 1983) 
Aloysius - Vrijens, Eduard (broeder en kruidendokter)
Kruidendokter en Broeder, 12 april 1854 - 1 maart 1942
 
De later als broeder Aloysius bekend geworden Eduard Vrijens werd op 12 april 1854 in Berg-Urmond geboren. Van kleins af aan had hij een zwakke gezondheid. Zijn ouders waren geïnteresseerd in geneeskrachtige kruiden. In die tijd waren er maar weinig dokters. Daarom was men op zichzelf aangewezen bij het genezen van allerlei kwalen en kwaaltjes. De belangstelling voor kruiden werd door Eduard overgenomen. Zijn militaire dienst bracht hij door als hospitaalsoldaat. Daar had hij de mogelijkheid kruidenboeken te bestuderen.

Om zijn zwakke gezondheid te verbeteren, ging hij de kruiden op zichzelf uitproberen en hij had er baat bij. In 1872 trad hij in bij de Broeders van de Heilige Joseph, de orde die kort daarvoor was gesticht door mgr. Savelberg. Deze laatste benoemde broeder Aloysius meteen tot portier om zo een einde te maken aan diens enorme verlegenheid.
De broeder bleef sukkelen met zijn gezondheid. Zijn overste schafte een, zo bleek later, voor broeder Aloysius zeer waardevol boek aan, namelijk “Meine Wasserkur” van pastoor Kneipp uit Wörishofen (Beieren). Het kostte de broeder heel wat durf om de koudwaterkuur op zichzelf toe te passen. Hij was namelijk bang voor koud water. Na aanvankelijke problemen had hij er spoedig profijt van en begon hij zich beter te voelen. Zijn kennis over kruiden en nu ook de koudwaterkuur van pastoor Kneipp kon broeder Aloysius goed gebruiken voor de genezing van de vele armen en zieken die hun toevlucht bij hem zochten. De toeloop van zieken werd zo groot, dat mgr. Savelberg tot drie keer toe hier een halt aan probeerde te roepen, maar tevergeef, de zieken bleven komen.

Uiteindelijk besloot Savelberg zijn broeder naar pastoor Kneipp te sturen om het vak te leren. Broeder Aloysius toog met veertig mark op zak naar Wörishofen. In die tijd was dit een reis van enkele dagen en voor de verlegen broeder werd het een kwelling. Hij miste een keer de trein, stapte een keer per ongeluk in de trein terug en pas halverwege durfde hij een stationsrestauratie binnen te gaan om iets te eten. Na drie dagen stond hij dan eindelijk voor pastoor Kneipp. Deze was niet op de hoogte gesteld van de komst van de broeder, had het veel te druk en stak de, schuchter aangeboden, aanbevelingsbrief ongelezen in zijn zak. Gelukkig kreeg broeder Aloysius toch onderdak en eten. Hij ging aan het werk en werd spoedig door vele mensen om advies gevraagd bij het genezen van allerlei kwalen. Ook verwierf hij het volledige vertrouwen van pastoor Kneipp die in hem zijn opvolger zag.
Na vijf maanden keerde broeder Aloysius naar Heerlen terug. Hij begon er de zogenaamde ‘Kneippinrichting’. Met zijn geneeskrachtige kruiden en de Kneipp-koudwaterkuur wist de broeder veel mensen te genezen of hun pijn te verlichten.
De kuurgasten, afkomstig uit de hele wereld, vonden aanvankelijk onderdak in de Heerlense hotels, maar reeds in 1892 werd er een mannenhuis voor de Kneippinrichting gebouwd, het latere Rustoord St. Joseph. Het huidige Huize De Berg verrees in 1897 onder de naam Sanatorium St. Jozef-Heilbron als verblijf voor rijkere mannelijke kuurgasten. Op de plaats van de huidige flats Mariabad stond begin deze eeuw een pension voor vrouwelijke gasten met dezelfde naam.

Prikkelende stoffen, zoals alcohol en tabak waren voor kuurgasten uiteraard verboden. Broeder Aloysius was al niet meer zo verlegen en durfde een kuurgast, die hij achter een pot bier aantrof, flink de wacht aan te zeggen. Er moest dus voor ander vertier gezorgd worden in het kleine stadje Heerlen. In de Pancratiusstraat werden volksspelen gehouden zoals “rinksteèke”, “zakloope”, “masklumme” en “kwakkerde sjurrege” (kikvorsen kruien). Vooral het naamfeest van broeder Aloysius op 21 juni werd ieder jaar een groot evenement met liederen en volksspelen. Al deze activiteiten waren in het kleine stadje Heerlen zeer gewild en trokken veel toeschouwers.

Broeder Aloysius bracht zijn kruidenrecepten bijeen in het boek "Troost der zieken" (1901), waarvan ook een Franse vertaling verscheen. De publicatie bestaat uit twee gedeelten: het eerste deel beschrijft de ziekten van A tot Z, het tweede deel geeft een alfabetische beschrijving van de geneeskrachtige planten. Bij het boek heeft de broeder ook nog in een kasboek een met de hand geschreven supplement gemaakt. Hierin worden op 81 grote pagina’s 330 ziekten en 34 geneeskrachtige planten beschreven. Dit laatste gedeelte is helaas nooit in druk verschenen.

Tot aan zijn dood bleef Aloysius actief met het geven van raad aan mensen die voor genezing bij hem kwamen. Alhoewel de medische voorzieningen, vanaf het begin van de eeuw, verbeterden en er langzaam een einde kwam aan het zogenaamde “Kneippen”. Broeder Aloysius werd in 1917 overgeplaatst naar het klooster in Heel, waar hij een tijd lang generaal overste van zijn orde is geweest. Zijn bekende kruidenapotheek in het klooster in Heerlen hield hij aan. In 1935 keerde hij weer naar zijn dierbare Heerlen terug. Hij overleed er op 1 maart 1942, op zeventachtigjarige leeftijd. Zijn laaste rustplaats vond hij op het kloosterkerkhof aan de Putgraaf. Bij de opheffing van dit kerkhof werd zijn stoffelijk overschot herbegraven op de begraafplaats van Huize Provindentia in Sterksel (gemeente Maarheeze, Noord-Brabant). 

terug nar overzicht